We use cookies

We use cookies and other tracking technologies to improve your browsing experience on our website, to show you personalized content and targeted ads, to analyze our website traffic, and to understand where our visitors are coming from. By browsing our website, you consent to our use of cookies and other tracking technologies.

Hasselt in de Eerste Wereldoorlog: verschillende Hasselaren sneuvelden al in de eerste oorlogsdagen

Aan de vooravond van het uitbreken van de ‘Grote Oorlog’ heerste in Hasselt een koortsachtige sfeer, want iedereen vermoedde dat de Eerste Wereldoorlog (de naam werd uiteraard pas achteraf gegeven) op komst was. In café-concert Willems, dat destijds gold als de plaats waar de deftige Hasseltse burgerij samenkwam en waar op het podium de muziekkapel speelt, is het op de avond van 2 augustus erg druk. De tafeltjes in de gelagzaal zijn voorzien van veelkleurige lichten.

De stemming is opperbest, er worden sigaren gerookt en Münchener bier gedronken. De auteur is in gezelschap van hoofdklerk P. en zijn vrouw (de auteur is discreet met namen, zowel wat de zijne als die van anderen betreft), wiens zoon René de hele avond er op aandringt om zich als vrijwilliger te mogen aanmelden. De zoon, amper 18 jaar en enig kind, is vastberaden om te vertrekken. Om middernacht weerklinkt de Brabançonne, de laatste keer tot de bevrijding dat die in Hasselt zal worden gespeeld. René staat klaar om te vertrekken, tot groot enthousiasme van de aanwezigen. De vaderlandsliefde stijgt ten top, zeker wanneer men verneemt dat de Duitsers via een ultimatum vrije doortocht hebben gevraagd.

Duitsland verklaart op 3 augustus Frankrijk de oorlog en dus gaan de poppen aan het dansen. Op het Hasselts station wordt alle hens aan dek geblazen, iemand heeft het idee gekregen dat de grote voorraad aan steenkool beter aan de bevolking kan worden uitgedeeld dan in handen van de Duitsers te vallen. De werknemers van het spoor krijgen een voorkeurbehandeling, naargelang van het aantal familieleden krijgen ze een lading steenkool toebedeeld.

Met kruiwagens, stootkarren en allerlei ander voertuigen worden de steenkolen in veiligheid gebracht. Zelfs een piepende kar met een ezel voert steenkolen weg. Aan de kant van de Spoorwegstraat staan twee karren waarmee alles in veiligheid wordt gebracht wat niet te heet en te zwaar is: hout, kolen, dwarsliggers enzovoort. Zelfs met een oude koffiepot komen de meisjes en de vrouwen van de Beekstraat petroleum halen. Onderhuids stijgt echter de spanning, want het minste gerucht volstaat om de bende uiteen te doen stuiven. De vrees voor de Pruis zit er diep ingebakken. De auteur sluit zijn notities van die dag af met de opmerking dat er in iedere Beekrat (de inwoners van de huidige St. Jozefstraat, toen de Beekstraat) een steenkool- of petroleumdief ingebakken zit.

Op 4 augustus is het officieel, Duitsland verklaart België de oorlog. In de stad heerst een enorme drukte, het is markt en iedereen loopt te hamsteren. Niet alleen petroleum en steenkool worden ingeslagen, maar veel marktgangers gaan met een speenvarken naar huis met de bedoeling om dit vet te mesten. Die varkens zijn goedkoop, ze kosten slechts 6 tot 7 frank. De boeren proberen hun waren in de mate van het mogelijke alsnog te slijten omdat de grenzen zijn gesloten. Iedereen vreet zich te barsten aan het goedkope voedsel. Op de markt wordt hardop geklaagd over het meinedig gedrag van de Duitsers. Engeland blijft de Belgische onafhankelijkheid garanderen, zoals in 1839 werd afgesproken. Inmiddels heeft de Duitse ruiterij de Belgische grens al overschreden.

Op 5 augustus hebben de Duitsers de forten van Luik aangevallen, waar het 11de linieregiment zich ingegraven had in loopgraven. De auteur van de notities begrijpt nu waarom de soldaten bij hun vertrek een klein schupje aan de riem hadden hangen. De soldaten van het 11de krijgen zodoende hun vuurdoop. De vrouw van commandant D. weet te melden dat de Duitsers bij Luik in grote golven komen aangestormd en worden neergemaaid. Ze duiken echter steeds talrijker opnieuw op.

De stad is vol geruchten, er wordt bijvoorbeeld verteld dat de honden die werden opgevorderd voor het vervoer van mitrailleurs meer kwaad dan goed doen. Ze zijn namelijk niet gewend aan oorlogvoering en gaan bij het eerste beste gerucht verwoed aan het blaffen. Veel Hasselaren namen met spijt in het hart afscheid van hun viervoeter, die nog snel een stuk vlees of een homp brood gevoederd kreeg. De Duitsers zouden beloofd hebben België met rust te laten zodra hun militaire doeleinden zijn bereikt, maar in zijn nota’s tekent de spoorwegman aan dat zelfs de beste Duitser nog een paard heeft gestolen.

Bij Luik sneuvelden verschillende Hasselaren, met als bekendste natuurlijk Charles-Eduard Dusart, die ingeschreven stond op Thonissenlaan 58 (het hoekhuis met de Kattegatstraat). Zijn vrouw Armande de Magnée, verwant aan de bekende Hasseltse familie, verhuisde na de dood van de kolonel naar Luik. Ook Gilbert Mary, Jean Vandebroeck (muzikant bij het leger en wonende op de Kuringersteenweg) lieten er het leven. Bij Herstal viel L. Vanvoorden, bij Wandre sneuvelde Hubert Schreurs. Met uitzondering van laatstgenoemde, die dienst deed in het 9de linie, waren de andere gesneuvelden soldaten van het 11de.