We use cookies

We use cookies and other tracking technologies to improve your browsing experience on our website, to show you personalized content and targeted ads, to analyze our website traffic, and to understand where our visitors are coming from. By browsing our website, you consent to our use of cookies and other tracking technologies.

Gerard I werd in 1961 Hasseltse prins-carnaval in een ijskoude zaal en in een stemming in mineur

Carnaval werd vroeger - zeg maar ruim 50 jaar geleden - in Hasselt fel gevierd. De huidige viering is maar een schim van de vroegere en van enige verbetering valt niet veel te merken. In de jaren 60 werd al een tijdje de jaarlijkse prins carnaval gekozen. Probleem was echter dat Hasselt op dat moment niet over een volwaardige feestzaal beschikten. Meestal werd een filmzaal afgehuurd voor een organisatie als het kiezen van prins carnaval, maar in 1961 moest noodgedwongen uitgeweken worden naar een loods op de Kuringersteenweg. De loods van Swennen lag vlakbij de grens met Kuringen. Daar werd Gerard Cops uit de Casterstraat verkozen als prins Gerard 1, maar de stemming was daar in mineur. En dat had alles te maken met de temperatuur in de zaal.

De kiem van het Hasselts carnaval ligt in de tweede helft van de 19de eeuw, toen de Jonkmanskamer regelmatig vastenavondcavalcades voor een liefdadig doel organiseerde. Na de Tweede Wereldoorlog kende carnaval een bloeiperiode, die echter na verloop van tijd weer doodbloeide. Neen, de Hasselaar zal nooit een echte carnavalist worden. En dat heeft te maken met een wetgeving van rond de Eerste Wereldoorlog. Toen werd het vermommen en het maskeren aan banden gelegd omdat sommigen van hun vermomming gebruiktmaakten om zich aan allerlei excessen te buiten te gaan.

Maar keren we terug naar de ‘bevroren’ prinsenzitting van 1961. Het organiserend comité had nochtans haar uiterste best gedaan om de zaal in orde te brengen. Deze was prachtige versierd en voor extra verwarming werd gerekend op ‘wandstokers’. Maar die konden niet beletten dat het ijskoud in de zaal was. Het is bijzonder moeilijk om er de stemming in te brengen wanneer de temperatuur maar 11 tot 12° bedraagt. Van gezelligheid was dan ook geen sprake, de meeste aanwezigen verlieten vroegtijdig de loods. Iedereen vroeg zich af wanneer de stad uiteindelijk een volwaardige comfortabele feestzaal ter beschikking zou krijgen. Zelfs het orkest Leo Martin met zangeres Cris Sent en zanger André Gerlo konden de aanwezigen geen plezier doen krijgen van de 50 frank entreegeld die ze hadden betaald. Carnavalisten stuiten in die periode op nog meer tegenkanting, want het verkleden en dragen van maskers was aan beperkingen onderhevig.

Wie een masker wou dragen op zaterdag, zondag, maandag en dinsdag van de vastenavond periode, moest een aanvraag doen bij de Dienst der Feestelijkheden, Bureel 8 in het stadhuis. Iedereen moest bovendien een nummer dragen dat moest afgehaald worden op het adres Havermarkt 37. 16- tot 18-jarigen mochten alleen vergezeld van hun ouders gemaskerd zijn. Voor die nummers moest uiteraard worden betaald, of wat had u gedacht? Deze reglementering stamde nog van de periode vlak voor de Eerste Wereldoorlog, toen de viering van carnaval in Hasselt vaak uitliep op vechtpartijen, messentrekkerij, scheldpartijen enzovoort. Maar door het dragen van maskers en vermomming te beperken, werd zo wel carnaval in Hasselt monddood gemaakt. Ondanks een korte opleving na de Eerste Wereldoorlog is de viering van vastenavond en halfvasten hier nooit echt volwassen meer geworden. Carnaval wordt tegenwoordig nog slechts door een beperkte groep Hasselaren gevierd. Jammer, maar het is helaas niet anders.

by Jos Sterk
by Jos Sterk