We use cookies

We use cookies and other tracking technologies to improve your browsing experience on our website, to show you personalized content and targeted ads, to analyze our website traffic, and to understand where our visitors are coming from. By browsing our website, you consent to our use of cookies and other tracking technologies.

De velocipède (fiets) verovert Hasselt eind 19de eeuw: de overheid ruikt (belasting)geld

In de jaren 90 van de 19de eeuw maakte de velocipède, zeg maar de voorloper van de fiets, furore. Ook in Hasselt werd al vrijwel meteen een wielerclub opgericht. De eerste wielerkoersen werden georganiseerd en het zou niet zo lang duren alvorens de fiets bij de brede bevolking ingang zou vinden. Op basis van de winkelprijzen was de velocipède in de beginfase alleen maar weggelegd voor de begoede klasse, maar daar zou snel verandering komen. En het onvermijdelijke kon niet vermeden worden: bezitters van een rijwiel werden belast. Of wat had u gedacht?

De overheid was zich uiteraard bewust van de groeiende populariteit van de fiets. Het was de provincie die het eerst geld rook en dat precies op een moment dat ze krap bij kas zat. En dus moest het ei van Columbus niet herontdekt worden om te denken aan een belasting op velocipèdes of rijwielen. Maar eigenlijk was de provincie op dit idee gebracht door de wielrijders van de provincie Brabant.

Die hadden namelijk zelf een belasting op rijwielen gevraagd, niet om de provincie te plezieren natuurlijk maar wel voor het onderhoud en de verbetering van de wegen. Al heel snel hadden de wielrijders begrepen dat banden snel verslijten op slecht geplaveide of zandachtige wegen. Het voorstel werd door de Brabantse wielrijders verdedigd met het argument dat het ook gunstig was voor karren en koetsen. De provincie kreeg anderzijds de kans om haar wegen te verbeteren zonder geld uit te geven.

De eersten die reageerden, waren de provincies Antwerpen en Namen, die een makkelijk middel zagen om geld te slaan uit de beurzen van jongelui (de fietsers uit die tijd waren dus blijkbaar allemaal jongeren) die (nog) geen politieke invloed hadden om zich te verdedigen tegen de bezitters van koetsen, karren enzovoort (De Onafhankelijke sprak ook van pirons en balkons). Wie met de koets reed was dus meestal ouder en kon wel politieke invloed in de weegschaal gooien. Uiteindelijk werd een belasting van 10 frank gestemd voor elke bezitter van een rijwiel die ouder dan 12 jaar was en dit vanaf 1 januari 1894. Als doekje voor het bloeden waren ook paarden en stallen belast.

De advertenties in De Onafhankelijke getuigden van de snelle opmars van de fiets in de eerste jaren van de jaren 90 van de 19de eeuw. Opvallend was de reclame voor het Engelse merk Rudge die blijkbaar in Coventry werden gemaakt. Van het merk Enfield waren onder andere de modellen Papillon, Orion en Mars verkrijgbaar. Beschikbare merken van banden waren Dunlop, Michelin, Increvable en Boothroy.

De familie had zijn fietsen ontwikkeld op basis van de Compagnie des Velocipèdes Militaires, waar deze fietsen zich hadden onderscheiden door hun kwaliteit. Op 25 februari had Ch. Terrant de 1000 km gewonnen op een rudge, in een tijd van 42 uur. De fietsen van het merk Rudge waren te krijgen bij Henri Englebert in Leopoldsburg. Die bood Engelse, Duitse, Franse en Belgische merken aan. Engelse velocipèdes waren te krijgen vanaf 260 frank, wat wil zeggen dat ze alleen voor de begoede klasse bestemd waren.